In de klas van meester Lennert steekt niemand een vinger op

In de meeste Nederlandse basisscholen is het gebruikelijk om je vinger op te steken als je iets wilt zeggen. Niet in de klas van meester Lennert. Hij volgt een andere aanpak: “Kinderen moeten leren aanvoelen wanneer ze iets kunnen zeggen.”

Lennert Bijl is meester van groep 6-7-8 op Daltonschool Reggewinde. Hij is lid van het kernteam van Maaktaal. Wekelijks evalueren we met hem, kunstvakdocenten en kinderfilosofen onze lessen. We bespreken dan wat we hebben gezien en we proberen samen onder woorden te brengen waarom we doen wat we doen.

Tijdens deze gesprekken delen leerkrachten hun observaties uit de klas. Hoe zaten de kinderen erbij? Welke taalontwikkeling zagen we? Wat wilden de kunstvakdocenten bereiken en is dat gelukt? Meestal vertellen de leerkrachten dan over hun eigen aanpak in de klas, en zo kwamen we erachter dat Lennert zijn leerlingen ontmoedigt om hun vinger op te steken.

Wat is er mis met je vinger opsteken?

“Je doet het op een verjaardag toch ook niet? Het haalt alle gelijkwaardigheid uit het gesprek. We leren kinderen op school hun vinger op te steken om de snelste antwoordgevers af te remmen. Maar ergens moeten ze het weer afleren, zodat ze leren aanvoelen wanneer ze hun ruimte kunnen pakken om iets te zeggen. Dan heb je een echt gesprek in plaats van ‘vraag-antwoord-vraag-antwoord’. Daar kun je in groep 6 al mee beginnen. De kinderen in mijn klas houden soms klassenvergaderingen. Dan bespreken ze allerlei zaken die spelen in de klas. Ik zit er als toehoorder bij. Ze bepalen zelf de agenda. In zo’n vergadering zie je dat een gesprek ook prima kan zonder vingers.”

Dan komen toch vooral de extraverte kinderen aan het woord?

“Natuurlijk zijn er altijd bepaalde kinderen die het meest aan het woord komen. Maar daar kun je het dan ook over hebben. Je kunt na afloop vragen ‘Zijn er mensen die wel aan het woord hadden willen komen maar niet durfden?’ of ‘Wat kunnen we aan de organisatie doen zodat meer mensen aan bod komen?’ Die vraag kun je alleen stellen als er kinderen zijn die te veel het woord nemen. En je kunt aan een kind uit groep 8 best uitleggen dat het iets te veel ruimte inneemt. Kinderen mogen daar ook missers in maken. Dat is helemaal niet erg.”

Kinderen die verlegen zijn of stotteren zullen die ruimte minder snel pakken.

“Kinderen die het spannend vinden om te spreken, zullen ook niet zo snel een vinger opsteken. Voor veel kinderen is dat zelfs een extra drempel. Je creëert een moment waarop iedereen naar je kijkt: en nu ben jij. Dan kun je maar beter gewoon het woord nemen. Natuurlijk is dat voor sommige kinderen spannend. Als ik merk dat mensen niet voldoende aan bod komen, dan werk ik met naamstokjes. Eerst stel ik eerst een denkvraag hardop aan iedereen. De kinderen weten dan dat het niet gewenst is om direct het antwoord te roepen. Dan pak ik een stokje uit de bak, lees ik de naam voor, en die persoon krijgt dan de beurt. Maar ook daarmee moet je oppassen. Niets is vervelender dan dat je plotseling de beurt krijgt die je helemaal niet wilde en je blokkeert. In dat geval geef ik leerlingen altijd de mogelijkheid om te passen.”

Heb je een tip voor andere leerkrachten en onze kunstvakdocenten? Hoe kunnen zij dit ‘aanvoelen’ trainen?

“Door het er gewoon over te hebben en feedback te geven als kinderen je op een ongepast moment onderbreken. Ik probeer het goede voorbeeld te geven. Als iemand mij onderbreekt, dan ben ik direct stil en luister ik naar de ander. En dan voelen ze wel dat ik nog midden in mijn verhaal zat en mijn punt niet kon afmaken.”

lees verder

‘We zaten in een kring. In het midden lag een groene bouwplaat van Lego....

Sinds kort gaan alle Maaktaal-lessen over het thema ‘tijd’. Rosine Langbroek laat de leerlingen...

Rosa Visser is kunstvakdocent en grafisch ontwerper. In haar Maaktaal-lessen ontwierpen de kinderen een...